Bijdrage door Joop Janssen

Dit jaar (2020) en wie weet hoe lang nog worden we wereldwijd geconfronteerd met het virus covid-19 oftewel corona. Zo’n 100 jaar geleden, in 1918/1919, had de mensheid te maken met de Spaanse Griep, die ook vele dodelijke slachtoffers maakte, naar schatting zo’n 20-100 miljoen levens.

Daarna kwamen ook nog andere griepsoorten zoals de Mexicaanse, de Aziatische, de Russische.

De mensheid heeft door de eeuwen heen altijd met ziektes te maken gehad zoals de pest, ook wel Zwarte Dood genoemd, die van de 14e tot de 19e eeuw het leven eiste van een derde van de gehele Europese bevolking. En in Afrika steekt regelmatig het dodelijke Ebola de kop op.

De pokken zijn het eerste virus dat door een wereldwijde vaccinatiecampagne is uitgeroeid, dus er is nog hoop.

Tyfus was en is nog steeds een hardnekkige infectieziekte die heden ten dage nog regelmatig uitbreekt in oorlogsgebieden, bij overstromingen, bij aardbevingen enz.

 In de 19e en de eerst helft van de twintigste eeuw kwam tyfus overal voor, ook in steden, maar ook in Kapel-Avezaath.

De oorzaak was de beroerde hygiëne en het gebrek aan goed drinkwater en riolering. In het hoofdstuk over Poelzicht heb ik al over het bestaan van poelen geschreven om over water te kunnen beschikken. Later groef men putten voor water of er werd een pomp geslagen, maar dat kon allemaal makkelijk besmet raken. Waterleiding is er in Kapel-Avezaath pas gekomen in 1959 of 1960 en riolering in 1979.

In 1911 zouden er in de Betuwe door het leger grootscheepse manoeuvres gehouden worden. De Koninklijke Familie zou bij die oefeningen aanwezig zijn en daarvoor logeren in Villa Juliana te Kerk-Avezaath.

Foto: Collectie Joop Janssen

Daar werd zelfs door A. van Ojen te Tiel een speciale ansichtkaart voor uitgebracht. Een journalist kwam eens poolshoogte nemen en schreef een niet zo’n fraai stuk over de dorpen Kapel- en Kerk-Avezaath. Uit het Rotterdams Nieuwsblad van 12-9-1911. Lees en verbaas je:

Rotterdams Nieuwsblad van 12-9-1911

Als die journalist niet voor de manoeuvres in Kerk-Avezaath had hoeven zijn was er waarschijnlijk nooit zoveel aandacht aan besteed. Maar klopte alles wel wat die journalist had geschreven? Het antwoord op die vraag kwam al snel in een artikel in de Tielsche Courant van 12-9-1911.

Lees hieronder verder
Tielsche Courant van 12-9-1911

Ook toen al duurden de uitslagen van de testen lang. Waar hebben we dat meer gehoord?

Die manoeuvres zijn trouwens wel gewoon doorgegaan.


Dat neemt niet weg dat het grootste gedeelte van de bevolking in de Betuwe eeuwenlang zeer arm was en de hygiëne ver te zoeken. Door regelmatige overstromingen van de grote rivieren Waal en Rijn stond de Betuwe langere of kortere tijd onder water waardoor er niet gezaaid en gepoot kon worden. Dan was er ook geen oogst en weinig te eten. In de negentiende eeuw was aardappelteelt heel populair geworden. De mensen konden er zelf van eten en de rest verkopen. Echter in 1840 brak er een aardappelziekte uit, met als gevolg dat driekwart van de arbeiders tot de bedeelden gingen behoren. 

Een aanzienlijk deel van de mensen in de Betuwe waren landarbeiders met een stukje grond om hun eigen groenten en aardappelen te telen maar verder werkten ze bij de grote boeren. Er waren ook keuterboeren, die hadden een zodanig klein bedrijf met wat koeien, een paar varkens en kippen, een fruitboomgaardje, dat ze hun inkomsten moesten aanvullen met loondienst. Meestal bij de grote herenboeren. In die tijd werd alles nog met de hand gedaan zoals het omspitten van de bouwgronden, het inzaaien en oogsten, hooien, graan maaien, fruit plukken.

krantenknipsel uit 1919, collectie Joop Janssen

Alleen de grote boeren hadden paarden om te ploegen en de oogst naar huis te rijden.

Vaak waren er grote gezinnen, waarvan de kinderen na de lagere school thuis moesten helpen of moesten gaan werken. De jongens op het land en de meisjes deden het huishouden zoals wassen, strijken, huis schoon maken enz. Of ze gingen als dienstmeid bij anderen. En vergis je niet er waren geen wasmachines, -drogers, vaatwassers, stofzuigers, CV , elektrische verlichting. Hout en soms kolen waren er om te stoken en koken ging ook op de fornuiskachel of op petroleumstellen. Voor verlichting waren er kaarsen of petroleumlampen.

Na WO II werd het geleidelijk beter door de gefaseerde aanleg van rijksweg 15 
waardoor de Betuwe ontsloten werd. En voor Kapel-Avezaath waren o.a. Hent van 
Zetten en Hans van Driel (Atlas) belangrijk omdat ze voor de noodzakelijke 
werkgelegenheid zorgden en jongeren maar ook ouderen kansen boden om meer 
dan alleen boerenknecht te zijn.

Joop Janssen.